Loslaten

Het is al weer enkele jaren terug dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een zeer interessant en lezenswaardig rapport uit bracht. Onder de titel “Loslaten in vertrouwen” geeft de raad een beschouwing over een nieuwe verhouding tussen overheid, markt en samenleving. Wat mij betreft een rapport waarin ik nog regelmatig even in terug blader omdat het zo’n helder overzicht geeft van de wijze waarop deze verhouding zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld.

Die helderheid vind ik bijvoorbeeld terug in de nieuwe participatieladder. Er wordt niet meer gesproken over de ladder van burgerparticipatie maar van overheidsparticipatie. De ROB introduceert de overheidsparticipatietrap. Die start met reguleren en kent daarna de treden regisseren, stimuleren, faciliteren en als laatste trede loslaten.

Wanneer de overheid een stap op die laatste trede zet laat ze de betreffende taak helemaal los: zowel voor wat de inhoud als het proces betreft. Mijn ervaring is dat die stap in de praktijk maar in beperkte gevallen gezet wordt en wat mij betreft ook kan worden gezet. Veelal is er toch een reden te vinden dat de overheid betrokkenheid wenst te houden. Dat kan en zal soms blijven gebeuren door de inzet van het instrument van regulering.

In de nieuwe verhoudingen in de samenleving kan de overheid daar echter niet mee volstaan. Het durven zetten van stappen op de volgende treden is noodzakelijk om het vertrouwen van de samenleving te behouden. Dat betekent beginnen met loslaten. Soms door als overheid de regie te nemen door de belangen te verbinden maar zelf wel sturing te houden. Bijvoorbeeld bij integrale gebiedsontwikkelingen of specifieke beleidsontwikkelingen als bijvoorbeeld buitenschoolse cultuureducatie: twee onderwerpen waar wij als Carbyn de nodige ervaringen mee hebben opgedaan. Maar soms ook door meer afstand te nemen van “eigen” belangen en de focus te leggen op stimuleren dat de samenleving een taak oppakt en je als overheid te beperken tot het faciliteren.

Uiteindelijk steeds op maat een keuze maken, afhankelijk van het onderwerp en de concrete situatie. Dat maakt het werken aan maatschappelijke thema’s extra boeiend.


Michiel van Lopik

06 23 39 91 46